Het onderscheid dat alles bepaalt
Voordat er ook maar één oorzaak op tafel komt, is er één vraag die u eerst moet beantwoorden: is het altijd zo geweest, of kon u eerder wel langer?
Dat onderscheid is niet academisch. Het is de enige vraag waarvan het antwoord bepaalt of u moet gaan oefenen of dat er eerst iets uitgezocht moet worden.
Was het vanaf uw eerste seksuele contacten al zo, dan gaat het om een patroon dat bij u hoort. Er is dan zelden een ziekte of een medicijn te vinden, en de behandeling bestaat uit oefenen, en als dat onvoldoende oplevert uit medicatie.
Kon u eerder wel langer en is het in maanden of jaren veranderd, dan is er iets veranderd. Dan is de eerste opdracht niet 'beter je best doen' maar uitzoeken wat. Dat kan een medicijn zijn, een periode van veel spanning, of een erectie die minder betrouwbaar is geworden.
In de spreekkamer is dit de eerste vraag die gesteld wordt, en het is de moeite waard om het antwoord al klaar te hebben.
Aanleg: bij een deel van de mannen is het aangeboren
Er is een groep mannen die al vanaf de eerste keer binnen een minuut klaarkomt en dat hun hele leven houdt, ongeacht ervaring, partner of omstandigheden.
De Nederlandse huisartsenrichtlijn noemt aanleg expliciet als oorzaak: sommige mannen hebben er een erfelijke aanleg voor. Het is geen kwestie van te weinig oefenen en het gaat niet over met de jaren.
Dat is geen prettige boodschap, maar het is er wel een die opluchting geeft. Wie jarenlang heeft aangenomen dat hij iets verkeerd doet, hoort hier dat de reflex bij hem simpelweg sneller aanslaat. Dat is een eigenschap, niet een tekortkoming.
Praktisch verandert het ook iets aan de verwachting. Bij aangeboren snelle ejaculatie is het doel niet om bij het gemiddelde uit te komen, maar om genoeg controle te krijgen dat het geen last meer is. Voor de een is dat twee minuten, voor de ander vijf.
Jong zijn en weinig ervaring
De meest voorkomende verklaring is tegelijk de meest geruststellende, en ze wordt zelden zo genoemd.
Snel klaarkomen komt vaker voor bij jonge mannen en bij mannen met weinig seksuele ervaring, en het gaat bij hen meestal vanzelf over naarmate de ervaring toeneemt. Dat staat zo in de huisartsenrichtlijn, en het is precies wat u zou verwachten van een reflex die u nog niet heeft leren aanvoelen.
Er zit hier wel een addertje in de tijdlijn. Wat in de eerste jaren normaal is, wordt een probleem wanneer er in die jaren zoveel spanning omheen ontstaat dat de spanning zelf het patroon vasthoudt. De jongeman die drie keer achter elkaar te snel klaarkomt en daarna met angst de slaapkamer in loopt, houdt de reflex in stand met precies die angst.
Dat is de reden om er niet jaren mee te wachten, ook al is de kans groot dat het vanzelf goed komt.
Spanning en faalangst: de cirkel die zichzelf voedt
De huisartsenrichtlijn noemt een rij psychische factoren: faalangst, angst voor emotionele intimiteit, een negatief zelfbeeld, somberheid, angst en boosheid.
Van die rij is faalangst de meest voorkomende en de best te begrijpen. Het mechanisme is een cirkel. Eén keer te snel klaarkomen is een incident. De volgende keer let u erop. Opletten is een vorm van spanning, spanning verhoogt de opwinding en verkort de tijd, dus het gebeurt weer. Nu is het geen incident meer maar een patroon, en het patroon voedt de spanning die het veroorzaakt.
Wat die cirkel zo taai maakt, is dat de logische reactie hem versterkt. Harder proberen, meer opletten, de seks vermijden om de teleurstelling voor te zijn: het zijn allemaal reacties die de spanning verhogen.
Het is ook de reden waarom bijna elke behandeling begint met alleen oefenen, zonder partner erbij. Niet uit preutsheid, maar omdat de prestatiedruk dan wegvalt en u kunt leren waar het punt ligt zonder dat er iets op het spel staat.
Bij aanhoudende faalangst kan een huisarts doorverwijzen naar een seksuoloog. Dat is geen zwaar traject en het is bij deze klacht een van de nuttigste verwijzingen die er is.
Medicijnen en lichamelijke oorzaken
Hier hoort de eerlijkheid dat de lijst korter is dan bij veel andere seksuele klachten. Te snel klaarkomen heeft veel minder vaak een aanwijsbare lichamelijke oorzaak dan bijvoorbeeld een erectiestoornis.
Toch is de vraag altijd de moeite waard wanneer het patroon nieuw is. Een schildklier die te snel werkt, een ontsteking van de prostaat of de urinebuis, en het staken van een medicijn dat de zaadlozing juist vertraagde, zijn de dingen die een arts nagaat.
Dat laatste verdient uitleg, want het komt vaker voor dan mensen denken. SSRI's, een veelgebruikte groep antidepressiva, vertragen de zaadlozing als bijwerking. Zo sterk zelfs dat diezelfde middelen bewust worden ingezet om te snel klaarkomen te behandelen. Wie zo'n middel afbouwt, kan daardoor een patroon terugkrijgen dat er onder de medicatie niet was. Dat is geen terugval, dat is het wegvallen van een bijwerking.
Neem daarom een lijstje van uw medicijnen mee naar het consult, inclusief wat u recent bent gestopt. Dat scheelt een consult.
De erectie, en waarom die er tussen zit
Er is een combinatie die vaak wordt gemist, en die de aanpak volledig verandert.
Wanneer de erectie minder betrouwbaar wordt, gaan sommige mannen onbewust haast maken: ze bouwen sneller op om klaar te komen voordat de erectie wegzakt. Het resultaat ziet er van buiten uit als te snel klaarkomen, terwijl de eigenlijke klacht de erectie is.
Andersom komt ook voor. Wie maandenlang met faalangst rond te snel klaarkomen loopt, krijgt daar soms een erectieprobleem bij, omdat spanning ook de erectie ondermijnt.
Het praktische gevolg: als beide dingen spelen, is de volgorde van behandelen belangrijk, en dat is precies waarom deze combinatie in de spreekkamer hoort en niet op internet. Oefeningen tegen te snel klaarkomen doen niets aan een erectie die wegzakt.
Wat níét de oorzaak is
Een paar hardnekkige verklaringen die het onderzoek niet steunt, want ze weghalen scheelt zorgen.
Besnijdenis. In het stopwatchonderzoek uit 2005 hadden besneden mannen een middelste tijd van 6,7 minuten en onbesneden mannen 6,0 minuten, een verschil dat niet significant was. De veronderstelling dat de voorhuid de gevoeligheid bepaalt, houdt geen stand.
Masturbatiegewoontes uit uw jeugd. Het idee dat wie zich als tiener snel heeft leren aftrekken daar levenslang aan vastzit, is een populaire verklaring die nooit fatsoenlijk is onderzocht. Ze is bovendien schadelijk, want ze legt de schuld bij iemand die er niets aan kon doen.
Een te gevoelige penis als op zichzelf staande diagnose. Verdovende middelen werken, wat suggereert dat gevoeligheid meespeelt, maar dat maakt overgevoeligheid nog geen aandoening waarvoor u zich hoeft te laten onderzoeken.
Te weinig seks. De frequentie waarmee u seks heeft, verklaart het patroon niet. Wat wel klopt is dat de tweede keer op een avond bij de meeste mannen langer duurt, maar dat is iets anders.
Wat u meeneemt naar de huisarts
Het consult wordt korter en nuttiger als u drie dingen paraat heeft.
Ten eerste: is het altijd zo geweest of is het veranderd, en zo ja, sinds wanneer ongeveer. Ten tweede: wat u slikt, inclusief wat u recent bent gestopt. Ten derde: of de erectie er ook bij betrokken is.
U hoeft geen stopwatch mee te nemen. Een ruwe indruk is genoeg, en de vraag die uw huisarts vooral zal stellen gaat niet over seconden maar over hoeveel last u ervan heeft en wat het met u en uw relatie doet.
In het kort
- Altijd zo geweest of veranderd is de eerste vraag. Een levenslang patroon vraagt om oefenen. Een verandering vraagt eerst om een verklaring, want er is dan iets veranderd.
- Aanleg is een erkende oorzaak. Een deel van de mannen heeft een erfelijke aanleg en komt het hele leven snel klaar. Dat is een eigenschap, niet iets wat u verkeerd doet.
- Jong en onervaren gaat meestal vanzelf over. Behalve wanneer er in de tussentijd zoveel spanning omheen ontstaat dat de spanning het patroon vasthoudt.
- Faalangst is een cirkel die zichzelf voedt. Opletten is spanning, spanning verkort de tijd, en de uitkomst voedt de angst. Daarom begint het oefenen alleen, zonder prestatiedruk.
- Vraag naar medicijnen die u bent gestopt. SSRI's vertragen de zaadlozing als bijwerking. Afbouwen kan een patroon terugbrengen dat onder de medicatie verdwenen leek.
- Een wegzakkende erectie kan eruitzien als te snel klaarkomen. Wie haast maakt om klaar te komen voordat de erectie wegzakt, heeft eigenlijk een ander probleem. De volgorde van behandelen verandert dan.
- Besnijdenis maakt geen verschil. In het stopwatchonderzoek was het verschil tussen besneden en onbesneden mannen niet significant: 6,7 tegenover 6,0 minuten.
Veelgestelde vragen
Is te snel klaarkomen erfelijk?
Voor een deel van de mannen wel. De Nederlandse huisartsenrichtlijn noemt aanleg expliciet als oorzaak: er zijn mannen die er een erfelijke aanleg voor hebben en hun hele leven snel klaarkomen. Dat is iets anders dan het patroon dat bij jonge, onervaren mannen voorkomt en vaak vanzelf verschuift.
Kan het door stress komen?
Ja, en vaker door een specifieke vorm ervan: faalangst rond de seks zelf. Het mechanisme is een cirkel waarin opletten spanning geeft, spanning de tijd verkort, en de uitkomst de angst voedt. Ook somberheid, angst en spanning in de relatie worden in de richtlijn genoemd.
Kan een medicijn de oorzaak zijn?
Meestal is het andersom: SSRI's vertragen de zaadlozing juist, zo sterk dat ze ook als behandeling worden gebruikt. Wie zo'n middel afbouwt kan daardoor een patroon terugkrijgen dat er onder de medicatie niet was. Neem een lijst mee van wat u slikt en wat u recent bent gestopt.
Heeft besnijdenis er invloed op?
Volgens het beste beschikbare onderzoek niet. In het stopwatchonderzoek onder 500 stellen was de middelste tijd 6,7 minuten bij besneden en 6,0 minuten bij onbesneden mannen, en dat verschil was niet significant.
Kan het samenhangen met een erectieprobleem?
Zeker, in beide richtingen. Een erectie die wegzakt kan haast veroorzaken die eruitziet als te snel klaarkomen, en langdurige spanning rond te snel klaarkomen kan de erectie ondermijnen. Spelen beide, laat dat dan beoordelen: de volgorde van behandelen doet ertoe.
Komt het door hoe ik vroeger masturbeerde?
Die verklaring is populair maar nooit fatsoenlijk onderzocht. Ze is bovendien weinig behulpzaam, omdat ze de schuld legt bij iemand die er niets aan kon doen. De erkende oorzaken zijn aanleg, ervaring, spanning en, bij een veranderd patroon, een lichamelijke of medicamenteuze factor.
